Dierenkliniek Davidse

Landbouwhuisdieren

NIEUWSBRIEF DECEMBER 2014

LEVERBOT

 De leverbotziekte, die voornamelijk voorkomt bij runderen, schapen en geiten, wordt veroorzaakt door een platworm die zich in de lever bevindt. In de levenscyclus van de leverbot fungeert de slak Galba truncatula als tussengastheer. Deze slak leeft voornamelijk in het greppelmilieu. Leverboteieren komen met de mest van besmette dieren op het land. Leverbotslakken worden besmet door een larf die uit het leverbot ei komt. Na een ontwikkeling van twee tot drie maanden in de leverbotslak komen er staartlarven los uit de slak, die zich vervolgens op het gras vastzetten als besmettelijke cysten. Runderen, schapen en geiten nemen de besmettelijke cysten op met het gras. Uit de cyste komt een larf die zich vanuit de darm een weg zoekt naar de lever. In de lever veroorzaakt de larf kruipgangen waarna de larf zich uiteindelijk omvormt naar een volwassen parasiet en zich vestigt in de galgangen. Bij ernstige leverbotinfecties kan dat bij schapen en geiten de dood tot gevolg hebben terwijl bij runderen verminderde melkgift en slechtere groei optreedt. Uiteindelijk verschijnen 3 maanden na de opname van de besmettelijke cyste met het gras weer eieren in de mest van de besmette dieren en is de cyclus rond.

Bloedonderzoek

Tijdens de trektocht van de larven door het lichaam en de lever worden door de gastheer afweerstoffen gevormd. Deze blijven meerdere jaren aantoonbaar in het bloed, maar kunnen een infectie niet voorkomen. Om de mate van besmetting van een rundveekoppel of schapen- en geitenkoppel aan te tonen is het mogelijk een bloedonderzoek te doen van minimaal 5 dieren. Deze dieren moeten na hun eerste weideseizoen onderzocht worden. Bloedonderzoek van dieren die al meerdere jaren buiten gelopen hebben is niet zinvol. Ook na een leverbotbehandeling blijven de afweerstoffen aantoonbaar.

Mestonderzoek.

Volwassen leverbotten produceren eieren die met de mest van de gastheer naar buiten komen. Gezien de lange ontwikkeling tot een volwassen ei producerende leverbot is het pas zinvol om mestonderzoek naar leverboteieren te doen vanaf januari-februari.

Situatie 2014.

In het vroege warme voorjaar van 2014 hebben de leverbotslakken zich snel kunnen vermeerderen. Daarna hadden uitgescheiden leverboteieren een grote kans om als trilhaarlarve een leverbotslak binnen te dringen. Dit zorgde voor veel besmette slakken die vooral in gebieden met een verhoogde grondwaterstand al in augustus besmettelijke cysten op het gras hebben afgezet. De zonnige en droge september maand heeft er voor gezorgd dat er weinig ontwikkeling was en er nauwelijks infectie is afgezet op het gras. De klimatologische omstandigheden in oktober en november zorgden er voor dat er opnieuw een infectie wordt afgezet. Zolang de temperatuur boven de 10 graden Celsius blijft is dat mogelijk. Omdat vanaf augustus gedurende een lange periode een leverbotbesmetting op het gras is afgezet, bestaat vooral in de gebieden met hogere grondwaterstanden een reële kans op een matige tot ernstige leverbotbesmetting.

Mogelijkheden om leverbotziekte te behandelen.

De Alblasserwaard is van oudsher een gebied met een verhoogde kans op een ernstige leverbotbesmetting. Behandelen van gevoelige dieren is dan ook noodzakelijk.

Er zijn verschillende middelen werkzaam tegen leverbotziekte, de meest daarvan werken alleen tegen volwassen leverbotten. Er bestaat slechts één middel wat tegen alle levensstadia van de leverbot werkt. Dit middel bevat de werkzame stof triclabendazole (merknaam Fasinex of Tribex). Fasinex is alleen nog maar verkrijgbaar voor het schaap en de geit. Tribex is met horten en stoten verkrijgbaar.

Ons advies.

Alle jongvee wat afgelopen zomer en herfst buiten geweest is behandelen met Tribex (Fasinex) na minimaal 3 weken opstallen. Hou voor hoog drachtig jongvee een minimale wachttijd voor de melk van 50 dagen aan (inclusief 2 dagen na afkalven).

Schapen en geiten die buiten blijven dienen elke 6-8 weken behandeld te worden.

Het behandelen van melkgevende dieren is praktisch niet mogelijk vanwege de lange wachttijd voor de melk. Een opstalbehandeling zou wel het beste zijn. Melkgevende dieren kunnen nu alleen in de droogstand behandeld worden onder voorwaarden. De registratie van het leverbotmiddel Fasinex en Tribex laat behandeling van melkgevende dieren niet toe en houdt voor jongvee een wachttermijn van drie maanden aan voor de afkalfdatum.

Behandelen van melkgevende dieren is volgens de Nederlandse wetgeving alleen mogelijk op voorschrift van de dierenarts binnen de zogenaamde cascaderegeling. Middels deze regeling wordt het gebruik bij droogstaande dieren toegestaan mits er een wachttijd voor de melk wordt gehanteerd van 50 dagen (inclusief 2 dagen na afkalven).

Gezien de noodzaak van een leverbotbehandeling op de meeste bedrijven adviseren wij u een behandeling toe te passen bij de aanvang van een droogstandsperiode van minimaal 7 weken.

 Resistentie tegen leverbotmiddelen komt steeds meer voor. Daarom is behandelen met de juiste dosering voor het juiste gewicht van belang. Grote HF koeien kunnen wel 700-750 kg wegen. Bedrijven zonder schapen adviseren wij geen beweiding (inscharing) in de winterperiode toe te passen met schapen met een onduidelijke herkomst. Bij schapen komt steeds meer resistentie tegen Fasinex/Tribex/Endex voor. Door het binnenhalen van resistentie komt een eind aan het bestrijden van leverbot en kan er niet meer geweid worden. Resistente leverbot kan zich over uw percelen en wellicht ook die van de buurman verspreiden, dus ga hier zorgvuldig mee om! Zicht op nieuwe leverbotmiddelen is er de komende jaren absoluut niet!

 IBR EN BVD

 Met ingang van 2016 start een verplichte IBR en BVD bestrijding in Nederland. Dit besluit is genomen. Hoe de bestrijdingsprogramma’s precies eruit gaan zien is nog onduidelijk. Maar voor IBR zal dat met behulp van een vaccinatieprogramma gaan plaatsvinden voor de ernstig besmette bedrijven. De BVD bestrijding zal gericht worden op het afvoeren van zogenaamde BVD dragers. Bedrijven met een IBR vrije en/of BVD vrije status hoeven niets meer te doen. Nieuwsgierig hoe de status van uw bedrijf is? Vraag ons naar de mogelijkheden van diagnostiek.

  KALVEROPFOK IN DE WINTER

 Strenge winter of een zachte winter? Velen vragen zich dat af en nog veel meer wintervoorspellingen vliegen ons in deze tijd rond de oren. Ook de volkswijsheid brengt haar spreuken. Maar uiteindelijk weet niemand het en zullen we alles gewoon moeten afwachten. Wat we wel kunnen voorspellen is dat jonge kalveren in koudere periodes extra aandacht vragen!

Voor elke graad onder de 10 graden heeft een jong kalf 2% meer energie uit voer nodig om zichzelf warm te houden.

Succesfactoren voor optimale groei en gezondheid bij de jongste kalveren tijdens koude perioden:

  • gebruik ruim strooisel (kalveren moeten ’s winters perfect droog liggen, in een nestje). Wordt het vochtig, strooi dan een pak zaagsel of gemalen koolzaadstro uit, dan wordt het hok een tijdlang perfect droog.
  • staltemperatuur gemiddeld 5 graden: 10% meer voeren, gaat de temperatuur naar 0 graden: 20% meer voeren! Vaker voeren vooral van de hele jonge kalveren heeft de voorkeur met kunstmelk in dezelfde concentratie. Ook is het mogelijk dezelfde hoeveelheid melk te verstrekken, maar de concentratie van de melkpoeder te verhogen.
  • goede kunstmelk gebruiken, goede kunstmelk heeft melkpoeder als eiwitbron, hierdoor stremt de melk beter zodat het kalf de voedingsstoffen in de kunstmelk beter kan opnemen.
  • bij voorkeur drinken de kalfjes via een speen.

Wanneer kalveren de beschikking hebben over een droge en warme huisvesting zijn ze veel minder gevoelig voor diarree en luchtwegproblemen. Ze hebben beschutting nodig tegen wind en tocht. Controleer daarom regelmatig of de kalveren beschikken over een droge ligbodem. U ligt ook niet graag in een nat bed!

 De universiteit van Wisconsin ontwikkelde de nest-score:

Score 1: alle poten volledig zichtbaar bij het liggende kalf

Score 2: de poten van het liggende kalf zijn voor de helft zichtbaar

score 3: de poten van het liggende kalf zijn verborgen in het stro

 Tijdens koude perioden,doorlopend score 3!

 

NIEUWSBRIEF FEBRUARI 2014

 ACTUELE ZAKEN 2014
Het is alweer een tijd geleden dat u van ons een nieuwsbrief heeft ontvangen. De afgelopen jaren waren het bedrijfsbehandelplan en bedrijfsgezondheidsplan nog het meest actueel. Voor 2014 hebben wij helaas opnieuw vernieuwde regelgeving over ons heen gekregen. Antibiotica waarmee we de laatste 40 jaar menige ziekte en heel veel zieke dieren hebben genezen staan politiek gezien erg in de schijnwerpers. Resistentieontwikkeling tegen antibiotica vormt een bedreiging voor de volksgezondheid en het gebruik in de veehouderij krijgt de grootste schuld. Wetenschappers zijn het daar helemaal niet over eens, maar de politiek wel. Het gevolg is dat we minder moeten gebruiken en liefst helemaal niets meer. Aan de andere kant mogen we zieke dieren niet aan hun lot overlaten en moeten deze dieren een adequate behandeling kunnen krijgen. Dat is op dit moment de realiteit waarin wij dierenartsen moeten functioneren en jullie adviseren. Op 1 maart treedt de UDD regeling antibiotica in werking. Onze beroepsgroep heeft een richtlijn gepubliceerd over het gebruik van antibiotica bij droogzetten, het is namelijk wettelijk verboden om antibiotica preventief toe te passen. In de melkveehouderij is droogzetten van melkkoeien gedeeltelijk preventief antibioticagebruik te noemen. Over beide zaken informeren wij u verder in deze nieuwsbrief.

 
UDD regeling
Op 1 maart gaat de UDD regeling in. Uitgangspunt van deze maatregel is dat alleen dierenartsen antibiotica mogen toepassen en dat deze middelen in beginsel niet meer op veehouderijen aanwezig mogen zijn. Slechts wanneer volstaan wordt aan strikte voorwaarden op het gebied van diergezondheidsmanagement  en antibioticagebruik, kan gebruik gemaakt worden van een uitzondering waarmee het voor de veehouder mogelijk is om zelf antibiotica toe te passen en op het bedrijf voorhanden te hebben. Het is voor een veehouder alleen nog mogelijk antibiotica toe te dienen en op voorraad te hebben als hij of zij een één op één relatie met een dierenarts heeft, de beschikking heeft over een actueel bedrijfsbehandelplan en bedrijfsgezondsheidsplan (BGP en BBP).  Voorts moet er  per drie maanden  een bedrijfsbezoek afgelegd worden, waarbij de diergezondheid wordt beoordeeld, evaluatie van het antibioticagebruik plaatsvindt en een schriftelijk verslag gemaakt wordt. (PBB, CDM, Koe kompas). Tot dusver verandert er eigenlijk niet veel.

Het op voorraad hebben van antibiotica betreft alleen eerste keus middelen  die op het bedrijfsbehandelplan vermeld staan (bijv. Engemycine, Depocilline, Mamyzin, Amphoprim, Orbenin, Nuflor) en tweede keus middelen  voor het behandelen van mastitis (Avuloxil, Ubrolexin). Andere tweede keus middelen( bijv Ampicillan) mogen alleen na diagnose door de dierenarts  en alleen voor omschreven dier(en) aanwezig zijn voor één behandeling. Derde-keusmiddelen (Baytril, Excenel, Cobactan) mogen uitsluitend toegepast worden na bacteriologisch onderzoek en een gevoeligheidsbepaling waaruit blijkt dat de kiem slechts voor deze middelen gevoelig is.

Daarnaast mag de voorraad op het bedrijf niet groter zijn dan noodzakelijk voor de behandeling van 15% van de gevoelige dieren. Injectievloeistoffen zullen nauwelijks problemen geven, droogzetters in voorraad kunnen dat wel, maar vooralsnog is één doos per product de maximale afgifte. Dat is evenwel een praktische oplossing door ons bedacht en wij weten niet hoe de diverse controle-instanties hiermee om zullen gaan.

Het behandelen met antibiotica van nuchtere kalveren met diarree (Synulox boli) is alleen toegestaan na een bevestigende diagnose. Het middel mag dan niet langer dan 2 weken op het bedrijf aanwezig zijn. Wij kunnen deze diagnose door middel van een test zelf stellen, de uitslag is binnen 10 minuten bekend.


DROOGZETTEN
Het preventief gebruiken van droogzetters is wettelijk verboden. Voor ons als dierenartsen is er een richtlijn  voor het gebruik van antimicrobiële middelen bij het droogzetten van melkkoeien gepubliceerd. Deze richtlijn is opgebouwd rond de wettelijke kaders en wetenschappelijk onderzoek. De richtlijn bevat een aantal adviezen, maar gezien de wettelijke verplichtingen ook een aantal voorwaarden. De basis voorwaarde bepaalt dat er alleen droogzetters gebruikt mogen worden wanneer in de uier een bacteriële infectie aanwezig is. Hoe stel je deze diagnose. De standaard is gebaseerd op het koecelgetal, zoals dat maximaal 6 weken voor het moment van droogzetten is bepaald. Er kan sprake zijn van een infectie wanneer vaarzen een celgetal groter 150.000 cellen/ml en koeien een celgetal van meer dan 50.000 cellen/ml hebben. Andere methoden zijn bacteriologisch onderzoek (BO), geleidbaarheid en LDH bepaling. De beoordeling van uier of melk op het zicht is geen acceptabele methode om een uierinfectie vast te stellen, ook de CMT (zeep) test niet. Daarnaast moeten de diagnostische resultaten in het bedrijfsdossier worden vastgelegd, dus opschrijven waarom een koe met droogzetters wordt drooggezet.

Wij begrijpen heel goed dat het een andere manier van werken wordt. Jarenlang is gehamerd op de preventie van nieuwe uierinfecties door standaard alle koeien droog te zetten en nu mag dat niet meer. Als we dit zonder meer gaan toepassen zal dit leiden tot meer koeien met uierontsteking en daarom zal het nemen van diverse management maatregelen rondom het droogzetten van groot belang zijn. Het ligt in de bedoeling van onze kant om de veehouders te helpen om te gaan met deze nieuwe regels, ze uit te leggen en in te passen in de dagelijkse werkzaamheden op het bedrijf.

Net als bij het bedrijfsbehandelplan en bedrijfsgezondheidsplan is er een verplichting voor de dierenarts om ook voor het droogzetten een jaarlijks plan van aanpak te maken. Hierin moet uitgebreid aantoonbaar gemaakt worden dat er aandacht besteed wordt aan de uiergezondheid en het management er om heen. Samen met de veehouder wordt de droogzetstrategie besproken, vastgesteld en op schrift gesteld.

Het advies is om 4 keer per jaar de droogzetstrategie te bespreken en te evalueren.


SIMHERD
Simherd is een softwareprogramma, waarmee berekeningen op economische grondslag gemaakt kunnen worden. Het programma omvat een model van een melkveebedrijf met alle opbrengsten, kosten, verbanden tussen dierziektes en processen op het bedrijf. Het model kan door middel van invoeren van een aantal gegevens van uw bedrijf, zoals melkproductie-, vruchtbaarheids- en dierziektegegevens aangepast worden aan uw bedrijf. Door vervolgens met dit standaardmodel verschillende scenario’s te simuleren kunnen wij u duidelijk maken welke gevolgen investeringen in dierziekteaanpak, huisvesting, bedrijfsmiddelen en uitbreiding van aantal dieren hebben voor het economisch rendement voor de komende jaren. U zult soms versteld staan wat er nog voor mogelijkheden liggen. Altijd maar snijden in kosten houdt een keer op. Een andere insteek is te kijken wat er mogelijk is om meer opbrengsten te creëren  met dezelfde middelen en in dezelfde arbeidstijd. Sommigen van jullie hebben met dit programma al kennis mogen maken. Ook bij het maken van een investeringsplan kan Simherd behulpzaam zijn. Risico’s inschatten met verhoogde voerprijzen en/of een lagere melkprijs is namelijk ook mogelijk. Voor banken kan een dergelijke risicoberekening doorslaggevend zijn voor het wel of niet verlenen van een krediet. Wij beschikken over een licentie om met dit programma te mogen werken en hebben daarbij ook permanente ondersteuning. Het programma heeft zich in Denemarken al langere tijd bewezen en is daar vaak een vast onderdeel van de bedrijfsvoering.

 
BO mastitis en gevoeligheidsbepaling
Sinds een aantal maanden hebben wij de mogelijkheid om op de praktijk van mastitis koeien en hoogcelgetal koeien bacteriologisch onderzoek te verrichten met daaraan gekoppeld een gevoeligheidsbepaling. Beide uitslagen zijn na 24 uur bekend. De test is minder uitgebreid dan die van de GD maar sneller. 

 
BEDRIJFSBEHANDELPLAN en BEDRIJFSGEZONDHEIDSPLAN
Binnenkort zullen wij weer starten met het actualiseren van het bedrijfsbehandelplan en het opstellen van de bedrijfsgezondheidsplannen. Tevens zullen we dan met u de nieuwe strategie rondom het droogzetten bespreken. 

Reacties zijn afgesloten.