Dierenkliniek Davidse

Rhinopneumonie

Het Equine Herpesvirus (EHV) komt wereldwijd voor. Meestal resulteert infectie met dit virus bij het paard in een verkoudheid, met als mogelijke ziekteverschijnselen koorts, hoesten, een loopneus, verminderde eetlust en dikke benen. Rhinopneumonie kent echter nog twee andere verschijningsvormen: de abortusvorm en de neurologische vorm. Deze vormen kunnen naast de verkoudheidsvorm worden gezien, maar ook zonder voorafgaande verkoudheidsproblemen plotseling optreden. Vrijwel ieder jaar vinden er in Nederland uitbraken van abortus en zieke of doodgeboren veulens plaats en soms komen er ook uitbraken met neurologische verschijnselen, zoals ataxie (lopen als een dronkenman) en verlamming voor. Waarom sommige infecties ernstiger verlopen is nog niet volledig opgehelderd.

Wijze van ontstaan, ziektebeeld, overdracht
Rhinopneumonie wordt veroorzaakt door een herpesvirus dat twee belangrijke typen kent: het equine herpesvirus type 1 (EHV-1) en equine herpesvirus type 4 (EHV-4). Deze kunnen allebei de luchtwegen van het paard infecteren en zich in het slijmvlies van de neus en van de luchtpijp vermeerderen. Terwijl EHV-4 doorgaans in de neus blijft, kan EHV-1 in een tweede fase via de bloedbaan ook naar talrijke andere organen worden verspreid. Als het virus in de baarmoeder van een drachtige merrie terecht komt, kan dit aanleiding geven tot abortus of de geboorte van een dood of zwak veulen. Het verwerpen treedt vooral op tijdens het laatste trimester van de dracht, maar de infectie heeft dan twee weken tot enkele maanden eerder al plaatsgevonden. Als het virus in het ruggenmerg terecht komt kan dit aanleiding geven tot ataxie (wankel lopen) of zelfs niet meer kunnen staan door verlammingsverschijnselen van meestal de achterbenen en soms ook de voorbenen. Het virus beschadigt niet zozeer het zenuwweefsel zelf, maar tast de bloedvaten aan die het zenuwweefsel van zuurstof en voedingsstoffen moeten voorzien.

Paarden kunnen gevaccineerd worden tegen de ziekte rhinopneumonie. Het vaccin is werkzaam tegen de verkoudheid en verminderd de kans op abortus. De werkzaamheid tegen de neurologische vorm is niet bekend. Het belangrijkste is dat gevaccineerde paarden minder besmettelijk zijn voor andere paarden omdat ze minder virus uitscheiden. Daarom is het vooral van belang dat er zoveel mogelijk paarden op hetzelfde bedrijf gevaccineerd worden. Vaccineren in het geval, dat er al een besmetting aanwezig is, is niet verstandig.

Reacties zijn afgesloten.